Stukjes

“Uw vrouw kennen we eigenlijk al uit de stukjes!” zei de nieuwe buurvrouw van Simon Carmiggelt, volgens de overlevering, bij de kennismaking. De buurvrouw had een stem van roze toiletpapier.  Carmiggelt schrijft dat hij maar wat meelachte, hoewel hij het pure onzin vond dat de buurvrouw claimde dat ze mevrouw Carmiggelt eigenlijk al kende. Want, zo vervolgt hij, je zegt toch ook niet tegen Shakespeare “Wat hoor ik , heeft uw oom uw vader vergifitigd?” alleen omdat het in Hamlet staat?

Tja. Als je over je leven schijft,creëren mensen hun eigen beeld van jou, het is een mix van jouw letters en de eigen ervaringen en het innerlijk leven van de lezer. Echter, lezers gaan er vaak aan voorbij dat je maar kleine stukjes toont en niet het hele verhaal.    
Carmiggelt beschreef zijn buurvrouw in 1954, maar veel is er niet veranderd. De wereld zit vol buurvrouwen die denken dat ze iemand kennen. Mensen denken gauw dat hun beeld het beeld is. Ze blijven vrolijk in die val lopen.

Sinds een jaar zit ik op twitter. Het idee is dat je korte berichtjes publiceert, over alles wat je bezighoudt. Zo kun je je mening en je bestaan delen met andere twitteraars. Je kunt netwerken, helpen, delen, lachen en reageren op wat er in de wereld gebeurt.  Barack Obama doet het ook.
         Ik schrijf dus kleine berichtjes aan de wereld, over het zien lopen van een klasgenote van 20 jaar geleden. Of over onze kitten Kaatje  die alleen maar met pennen speelt. Ook vliegen er wat losse flodders over een housewarming van vijf jaar geleden, kattenluikjes en non-foodartikelen in de supermarkt. Bovendien schreef ik deze week nog dat ik me erg melancholisch voelde toen ik m'n nieuwe rijbewijs ging ophalen. Het oude was 10 jaar in mijn bezit. Ik kan niet geloven hoe snel de tijd gaat.         

Plots zei iemand zei tegen me dat ik de schoonheid van het voorbijgaande moest erkennen, dit omdat ik “mijn rijbewijs van 10 jaar terug wilde behouden” en “een bekende van 20 jaar geleden had willen ontlopen”.

Gut. 

Ik voelde me vereerd door zoveel analyse,maar ik wilde mijn rijbewijs helemaal niet behouden. Ik heb dat ook nergens geschreven. En die klasgenoot meed ik, omdat ik het nog altijd een ontzettend vervelend iemand vind, daar hadden twintig jaar niets aan veranderd. Dat was alles. Niets meer en niets minder. Mijn ongevraagde analist heeft dingen verbonden die niet verbonden hoeven te worden, er komt een heel verkeerd beeld uit rollen als je het mij vraagt. Heel gek om mee te maken.

Vanavond ga ik naar het twitterfeestje van Femke Halsema.  Ze wil het ongelijk aantonen van internetpessimisten. Ze spreekt tegen dat communicatie via internet afstandelijk of leeg zou zijn, zoals koningin Beatrix in haar kersttoespraak stelde.
Frappant is, dat twitteraars al dagenlang schrijven over wat ze aan zullen aantrekkken. Men is er zelfs speciaal voor gaan shoppen. Het beeld dat mensen van ons hebben als ze ons in het echt zien, vinden we belangrijk.
Als we het idee hadden, dat we toch al volledig gekend werden door de stukjes die we schrijven, dan zouden we daar niet mee bezig zijn.
Het bewijs is dus eigenlijk meteen geleverd. Zonder roze toiletpapier.

C. | Zaterdag 27 Februari 2010 at 5:38 pm | | Default | Geen reacties

De keelschraapster

Er is een grote norse neger in mij neergedaald die van binnen dingen doet die niemand ziet ook ik niet want donker is het daar en zwart
- Lucebert

Positief denken, ik houd er zo van. Ik ben zo’n type dat boeken leest over het omdraaien van je gedachten, het accepteren van de realiteit, de kracht van gedachten en de hele santekraam.
Maar ondanks dat, merk ook ik heus wel eens dat ik het soms gewoon verrekte moeilijk vind om de dag vrolijk aan te vatten. Uit mijn bed komen vind ik moeilijk, af en toe. Helemaal nu ik had besloten om de dag te beginnen in de sportschool, waar ik al veel te lang niet was geweest. Kort en goed: ik had een knorrige frons op mijn gelaat.

Ik ga met mijn boze buien om, zoals je met een vervelende kleuter om gaat: ik  voer mijn plannen gewoon uit zonder hem aandacht of voeding te schenken. Op die manier gaat de bui het snelst over, heb ik gemerkt. Je moet er even door heen, zonder te veronachtzamen waar de bui vandaan komt.

Toen ik na het sporten ging douchen was ik nog altijd niet vrolijk of positief geworden. De gelukshormonen die het sporten oplevert, stonden nog in de wacht. Ik ergerde me dus nog steeds aan van alles. De keelschrapende vrouw in de kleedkamer deed mijn humeur tot een dieptepunt dalen. Toen bleek dat zij ook ging douchen, was ik helemaal in staat tot stampvoeten. Zelfs als ik enorm vrolijk ben, haat ik het om met andere vrouwen onder de douche te staan in de sportschool.

Na het douchen,zag ik het plots. De vrouw had maar één borst.

Tja. Vandaar dat ze haar keel schraapte. Ze voelde zich waarschijnlijk nog veel kwetsbaarder en bloter dan ik.  Ze had veel meer te overwinnen. Het enige waar ik mee zit is een iets te dik iets te wit lichaam; verder ben ik gezond. Ik zeur. Zij had kanker gehad en ging nu weer sporten en durfde zomaar bloot te zijn. Wat een lef! Niet te geloven!

Mijn bewondering is enorm.  En mijn chagrijn schaamde zich zo voor zichzelf, dat het als sneeuw voor de zon verdween.

C. | Donderdag 25 Februari 2010 at 3:11 pm | | Default | Twee reacties

Held

Er werd geschaatst gisteren. Door Sven Kramer. Geen ontkomen aan, al zou je willen. Al weken is Nederland in de ban van de Olympische spelen en dan van Sven in het bijzonder.  Niet in de laatste plaats was de hype aangescherpt door een energiebedrijf, dat een reclame maakte waar alleen keiharden onberoerd door bleven. Het woord ‘Svencouver’ werd zelfs uitgevonden.  Sven vertrok als een held naar de spelen. Drie gouden medailles zou hij in ieder geval halen, zo luidde de voorspelling.

Zelfs Marco Borsato vertrok naar Vancouver. “Wat we nu gaan meemaken: zo'n kans krijg je nooit meer" zei zijn echtgenote Leontine. Symbolisch voor wat er leek te leven onder het Nederlandse volk: men ging zich gedragen alsof de medailles al binnen waren.

Gisteravond bleek, dat het zo simpel niet is. Coach Kemkers  stuurde onze volksheld naar de binnenbaan, terwijl hij juist naar de buitenbaan moest. Sven vergooide daarmee zijn kans op het Olympische goud.

In de pub waar ik het schaatsen zag, gebeurde iets frappants. Natuurlijk, men leefde mee en keek vol spanning naar het grote scherm. Maar, toen Sven gediskwalificeerd bleek, vond er een omslag plaats: er was niet alleen teleurstelling af te lezen, maar ook een verwende gemelijkheid. Ook op internet zag ik die gemelijkheid terug. Teleurstelling en onvrede zijn voor te stellen, maar men gedroeg zich alsof we de medaille al hadden en alsof die Koreaan hem persoonlijk uit de zak van Sven had gejat. Alsof Nederland recht had gehad op die medaille.

Maar, zo werkt het niet.  Mensen maken fouten. Dingen gaan mis.  Je kunt overwinningen niet bestellen. Natuurlijk moet je overal het beste van maken, maar succes is niet altijd een keuze. Het leven is niet maakbaar en je hebt nergens recht op.

Bij geen enkele held ging het meteen van een leien dakje. Beowulf  vocht met de draak. Perseus werd met zijn moeder in een kist opgesloten in zee geworpen. Frodo moest een barre tocht doorstaan voordat hij de ring kon vernietigen. Roelant stierf in de slag bij Roncevalles. Achilleus werd geraakt door een giftige pijl.

Dus, landgenoten, laat uw held omgaan met tegenslag. Sven is nog maar 23. Hij is niet gesneuveld en hij hoeft niet met een draak te vechten. Tegenslag zal hem niet slechter maken. Het hoort bij het leven. Het hoort bij helden.

C. | Woensdag 24 Februari 2010 at 09:33 am | | Default | Eén reactie

Esmeralda

Er is een kleine periode geweest dat ik liever Esmeralda wilde heten, of Elvira. Het was in de tijd dat ik vaak de Tina las. In dat blad heetten meisjes zo en dus wilde ik dat ook. Bovendien had op school nooit iemand mijn naam, hun namen waren allemaal veel normaler. En dat was natuurlijk het verlangen dat er achter zat; normaal zijn. Ieder kind heeft zo’n periode dat het helemaal wil opgaan in de gangbaarheid. Bij de groep horen is ongelofelijk belangrijk.

Wat we van onze naam vinden, zegt veel over wat we van onszelf vinden, volgens psycholoog Gebauer. Hoe meer zelfvertrouwen we hebben, hoe mooier we onze naam vinden. Het schijnt dat we gevoelens over onszelf, projecteren op de dingen die bij ons horen, dingen die van ons zijn. Zeker onze naam.

We vinden de letters van onze naam ook vaak mooier dan andere letters. We schijnen ons zelf vaker te omringen met de letters uit onze naam. We schijnen vaker voor woonplaatsen en zelfs partners te kiezen, met letters uit onze naam.

Ik ben benieuwd hoe dat werkt met de namen die we zelf kiezen op websites, bijvoorbeeld de naam die je kiest op twitter.

In ieder geval ben ik blij dat ik me nooit Esmeralda ben gaan noemen.

C. | Maandag 22 Februari 2010 at 5:38 pm | | Default | Drie reacties
Gebruikte Tags: , ,

Opgeven

Een doorzetter ben ik. Echt, als ik iets wil, berg je dan maar. Wilskracht heeft me veel gebracht. In korte tijd heb ik mijn scriptie geschreven, om maar eens wat te noemen. En vroeger, op school ging ik ook altijd door waar sommige mensen afgehaakt zouden zijn.

Maar, laatst heb ik iets groots los moeten laten, een ambitie, een idee van toekomst. De pitbull moest haar kaken ontspannen. Opgeven viel niet mee. Het frappante is, dat een fanatieke doorzetter niet zo goed weet wanneer het genoeg is, wanneer je de handdoek in de ring moet gooien.

Het schijnt dat je, als je veel geïnvesteerd hebt, meer het gevoel hebt dat je ermee door moet gaan. Je moet dan niet alleen accepteren dat het niet gaat lukken, maar ook dat je de energie die je erin stopte, niet meer terug kunt krijgen. Een niet behaald doel roept bovendien een bepaalde spanning op,  die pas wegtrekt als je je doel bereikt hebt. Soms zul je het niet bereiken, dus er blijft een bepaalde spanning, stressgevoelens. Je blijft je afvragen of je er goed aan hebt gedaan.

Opgeven is niet populair in onze maatschappij. Moed staat hoog aangeschreven. Je moet je dromen najagen. Helden gaan door. Maar ik heb deze week geleerd, dat helden ook wel eens iets laten varen. Voor jezelf zorgen, beseffen dat het zo niet gaat, is ook best stoer.
En dus heb ik mijn baan opgezegd.

C. | Maandag 22 Februari 2010 at 4:43 pm | | Default | Geen reacties
Gebruikte Tags: , , , , ,

De laatste dag

“ Vertel eens juf, bent u wel eens echt kwaad geworden op studenten?” de vraag wordt gesteld door een vrolijke jongen aan wie ik ooit mijn eerste les gaf, hier op de Hogeschool. De biertjes vinden gretig aftrek op deze borrel onder Tl-licht.
Hier houd ik van, een informele sfeer die ontstaat tussen studenten en docenten, het voetstuk is verdwenen, we zijn gelijkwaardig. Ik vertel het groepje jongens hoe ik HBO-onderwijs zie, dat ik het belangrijker vind dat het een prettige sfeer is, dan dat je een speld kunt horen vallen. Dat je terugkrijgt wat je oproept. Dan hoef je dus weinig uit je vel te springen. Ze buitelen over elkaar heen in antwoorden, over aardrijkskundeleraren die boos werden, over wiskundeleraren de geen orde konden houden ... ik heb ook mijn anekdotes en er onstaat een heerlijk rommelige discussie over onderwijs en lesgeven.

De laatste weken heb ik veel nagedacht. Ontzettend veel. Ik heb opties afgewogen tot ik zelf een ons woog. Ik ben een piekerkoningin geworden en daarna weer van mijn troon gestapt. Maar ik zei mijn baan op. En dat betekent: vertrekken uit het onderwijs.
Toen het besluit eenmaal genomen was, kon ik me – gek genoeg - niet meer voorstellen dat ik er zo lang over had moeten tobben. Het leek plots heel logisch en juist.

Als het leven je met de neus op de feiten drukt, zoals met ziekte en dood, leer je jezelf beter kennen. Ik kwam er daardoor langzaam achter, dat ik in mijn baan niet langer op mijn plek ben. Het lesgeven heeft me nooit verveeld, het begeleiden ook niet. Ik vond het alleen jammer dat ik niet meer tijd had om na te denken, concepten uit te pluizen. Ik wilde niet langer uitleggen hoe ze een rapport moeten opstellen, maar er zelf een schrijven.

Toch ging er even een steekje door mijn gemoed, op de vrijdagmiddag tussen de studenten en het goedkope bier. Ik merkte dat het me speet dat ik deze jongens niet zou zien stagelopen, dat ik ze niet zou zien afstuderen.      Blijkbaar kun je mij wel uit de school halen, maar de school gaat nooit helemaal uit mij. Dat is maar goed ook. Niet alleen zie ik wel wat in een voor eeuwig lerende en docerende houding, anderzijds betekent het dat jaren in het onderwijs geen vergooide jaren zijn geweest. Maar och, geldt dat niet voor alles wat je met je hart hebt gedaan?

 

op de hogeschool

C. | Zaterdag 20 Februari 2010 at 11:13 am | | Default | Twee reacties
Gebruikte Tags: , , , ,

Vrouwenboekenbal (II)




 Juliet:
"What's in a name? That which we call a rose
By any other name would smell as sweet."
 Romeo and Juliet (II, ii, 1-2)

Beste Margriet,

Shakespeare liet Juliet zeggen dat een naam een betekenisloze, kunstmatig conventie is. Een naam is maar een naam. Was het maar zo simpel. Namen zeggen juist heel veel. Namen blokkeren soms de vrije blik. Namen drukken stempels. Mensen maken zich enorm druk om hoe de dingen heten.Ze voelen zich erdoor in de kuif gepikt. Dat was in ieder geval zo, bij het vrouwenboekenbal. Columnisten, bloggers en twitteraars vielen over de naam van dit feestje.

Tendens van de kritiek was, dat men zich afvroeg waarom vrouwen nu zo nodig een eigen boekenbal moeten hebben. Alsof Opzij het had georganiseerd als protest tegen het gewone boekenbal. Er werd Opzij veel in de schoenen geschoven, terwijl weinigen de moeite namen om te kijken waar het feestje nu echt om ging. Het vrouwenboekenbal was er om de lezende en schrijvende vrouw centraal te stellen, niet om de mannen af te zweren. En het was natuurlijk om de Opzij literatuurprijs uit te reiken.

Ik denk dat Opzij wel had mogen nadenken over het vervelende stof dat de naam vrouwenboekenbal doet opwaaien. Mannen kregen het idee dat ze aan de deur geweigerd zouden worden. Het aloude beeld van feministische feestjes met tuinbroeken en welig tierende okselharen kwam weer eens op. Dat is dan misschien hartstikke onterecht, maar wel logisch: feminisme heeft nog altijd een imagoprobleem, daarbij help zo’n titel voor het feestje niet. Mensen voelen zich nu eenmaal snel buitengesloten en ze hebben vooroordelen. Jammer maar helaas.

Vrouwen moeten nu maar eens af moeten van hun stigma; als je in ongelijkheid blijft denken,dan blijft het bestaan. Waarom zou een man niet de Opzij literatuurprijs kunnen winnen eigenlijk? Wanneer vrouwen aparte prijzen krijgen heeft dat een zweem van vooruitschuiven, alsof de vrouwen extra geholpen moeten worden. Natuurlijk is de prijs niet voor bedoeld, maar ik denk dat die schijn vermeden moet worden in de 21e eeuw.

Margriet, je doet het echt hartstikke goed. Opzij is vernieuwd en het is een fantastisch blad.

Dat gedoe met die naam wordt gelukkig ook vanzelf opgeslost, omdat het van de CPNB volgend jaar onder een andere naam verder moet.

Ik hoop dat het een naam wordt die de vooroordelen doodkietelt en die antifeministen niet zo in de kaart speelt. Het is gewoon leuker om er iets positiefs of creatiefs mee te doen.

Ik denk graag met jullie mee!

Groetjes

C.

C. | Woensdag 17 Februari 2010 at 09:58 am | | Default | Geen reacties

Vrouwenboekenbal

“ Je moet niet te veel verwachten, dan valt het in ieder geval mee” dacht ik toen ik in het donker mijn gordel omdeed in de auto van Ginger. Ik slaakte een diepe zucht. Het was half elf, we stonden voor Panama in Amsterdam.

Binnen was het vrouwenboekenbal in volle gang. Wat hadden we er zin in gehad. Ginger en ik houden wel van een feestje, dat is genoegzaam bekend, maar dit was ook nog eens een nieuw feestje. En een beetje omstreden. Half Nederland viel namelijk over het idee heen. Waarom was dat nou nodig? De emancipatie was toch al voltooid? Er zijn toch gen aparte vrouwendingetjes nodig? Natuurlijk, naar het vrouwenboekenbal gaan is niet te vergelijken met de maagdenhuisbezetting, maar ik vond het een leuk idee dat we misschien bij iets bijzonders aanwezig zouden zijn. Onze generatie heeft het wat dat betreft al zo moeilijk.

Het begon veelbelovend. We kregen champagne. Panama had een mooie sfeer.  Ginger en ik keken onze ogen uit. We vergaapten ons aan Opzij hoofdredacteur Margriet van de Linden. Ook wij werden bekeken. Iedereen checkte of de ander toevallig geen bekende schrijfster was.

We glimlachten. We dronken wat. Twee uur hadden we het volgehouden.  Rond tienen moesten we de parkeermeter gaan bijvullen. “We kunnen ook gewoon naar huis gaan” flapte ik eruit. Ik schrok van mezelf. Maar we kwamen gezamenlijk tot de conclusie: het is gewoon niet gezellig hier. We betreurden het. Waar had het aan gelegen? We wisten het niet.

Later hoorde ik dat om half 12 de bar was dichtgegaan. Ik was niet verbaasd.

C. | Woensdag 17 Februari 2010 at 08:48 am | | Default | Eén reactie

Gelijkenis

In mijn eentje in lunchtentjes zitten, ik vind het heerlijk. Met een paar tijdschriften voor me en een grote kop thee, kijk ik naar de mensen. Ik kijk hoe ze gebaren. Ook mag ik graag luistervinken en observeren.

Maandag zat ik er weer. Het was druk. Tersluiks zag ik een man, alleen aan een tafel. Waar kende ik hem toch van? Ik piekerde en piekerde. Tot ik het plots wist. De man leek als twee druppels water op Stalin. Meteen probeerde ik die gedachte uit te bannen. Het is niet echt aardig om iemand die je niet kent,  te vergelijken met een dictator die
zijn tegenstanders wilde wegzuiveren door middel van schijnprocessen en heksenjachten. Maar, de vergelijking bleef zich opdringen.

Uren later liep ik door de stad met mijn fiets aan de hand. Daar zat hij weer, in de vrieskou op een terrasje. Met zijn snor en zijn warrige haardos. Hij was het echt precies.
"En nu niet klagen dat het te koud is he?" riep hij me toe.

Toen wist ik het zeker.

C. | Donderdag 11 Februari 2010 at 2:53 pm | | Default | Zeven reacties

Mijn eerste #IDFA en #IFFR

Ik weet niet precies waarom het opeens zo is gekomen, maar de laatste tijd doe ik veel dingen voor het eerst. Waarschijnlijk is er iets in gang gezet, dat ik na zo veel rouw de neiging krijg om vooral te leven. Zoiets zal het zijn.

Zo ging ik voor het eerst naar het IDFA. Eigenlijk wou ik er al jaren heen, maar het beperkte zich tot lezen in de krant dat het alweer voorbij was.
Het werd memorabel. En niet alleen om dat er een meisje naast me zat dat de hele tijd “fuck, fuck, fuck” zei als commentaar op de documentaires die we geserveerd kregen. Ik heb mijn ogen uitgekeken.  Ik ben gefascineerd geraakt door al dat hippe volk dat er komt en ik moet nog wel eens denken aan de jongen die op een tafel stond en bewegwijzeringen omriep. We kwamen er snel achter, dat je op je plek kwam door precies het tegenovergestelde te doen van wat hij zei. 
Ik zag vier prachtige documentaires, die me nu al weken bijblijven. Zo was er een korte film die onder andere over de Ernest Hemingway -lookalike wedstrijd ging. En een film over een winkelcentrum in China waar nooit iemand kwam. En eentje over Berlusconi’s invloed op de media. Het meeste indruk maakt de film over Birmese vluchtelingen die naar Engeland verhuisden en gevolgd werden tijdens hun nieuwe leven.

Gesterkt door deze ervaring, ging ik gisteren voor het eerst naar het filmfestival in Rotterdam, het IFFR.  Ik ging met een kennis van een kennis, iemand die ik nauwelijks kende, dat was dus ook best spannend. Maar, ik besloot dat ik het gewoon ging doen. We gingen 29 korte films zien, er zou er heus wel eentje tussen zitten die de reis naar Rotterdam waard was. Dus, zelfs als de kennis van de kennis zich tot een ongezellige heks zou ontpoppen, zou de dag waarschijnlijk heel leuk worden. Niet te veel verwachten, dan valt alles mee.  
En dat deed het.

De kennis van een kennis bleek een heel aardig iemand, een fijne gesprekspartner en ze had hetzelfde gevoel voor humor. Zo kwam het dat we schaterlachten toen we beseften dat we al 5 minuten naar flikkerende beelden van bomen aan het kijken waren.
De film Garud was schitterend, beelden van het leven in een arm flatgebouw in India. Kamer voor kamer keken we in, als voyeurs. We werden ook meegevoerd naar de Noordpool en naar een trieste disco in Oostenrijk waar een fabrieksarbeidster danste met een elvis-imitator. Natuurlijk zagen we ook dingen die ons niet konden bekoren. Veel te artistiekerig, naar mijn smaak, was een film waarin acteurs een dialoog oefenden, afgewisseld met beelden van een leeg gay palace. Maar och. Ik zag ook prachtige animaties, zoals Saison Mutante. Het mooiste was nog wel “dreams from the woods”, een heel simpel filmpje over een vogeltje in het bos, dat me weer liet zien hoe weinig er nodig is voor een goed verhaal.

Of dingen af en toe voor het eerst doen een must is, weet ik niet. Maar, misschien is het goed om jezelf van tijd tot tijd in nieuwe situaties te brengen. Dan blijf je leren durven. Durven is wel hard nodig in het leven. Misschien kun je je zelf daar een beetje in trainen, door af en toe iets te wagen. En als je je er niet in kunt trainen, dan heb je het in ieder geval leuk gehad in de tussentijd. Ook mooi.

C. | Zondag 07 Februari 2010 at 5:39 pm | | Default | Geen reacties

Gaan

We komen graag samen in een café in de binnenstad. Het is niet zo’n groot café, voornamelijk de ruimte tussen bar en tafeltjes is smal. Als alles goed gaat en iedereen helder is, past eenieder prima door de smalle, corridor van mensen. Echter, als het later wordt en er is meer drank in de mens, wil het passeren door deze haag, nog wel eens voor problemen zorgen. Groepjes staan midden in de doorloop te praten bijvoorbeeld en mensen hebben niet door dat ze opzij moeten gaan of dat jij er niet door kunt.
Bijkomend probleem zijn de oudere mannen die stamgasten van dit café zijn. Een nadeel van het de dertig passeren als vrouw, is dat mannen van boven de vijftig gaan denken dat ze iets bij je kunnen proberen. Tenminste, als ze een borreltje ophebben, dan willen ze nog wel eens op de versiertoer gaan. Vooral als een vrouw dichter bij ze komt, denken ze dat ze misschien wel eens beet zouden kunnen hebben.

Heus, als deze looproute niet direct tot het toilet zou leiden, zou ik mij er na half elf niet meer wagen. Maar, u raadt het al, als je naar het toilet wil dan moet je door deze menselijke gang. En de ironie wil, dat je later op de avond vaker naar het toilet moet. Ga er maar aan staan.

Toen we onlangs de verjaardag van een vriend vierden, laten we hem even Arie noemen, zuchtte ik diep. "Ik moet naar de WC" zei ik op klagerige toon. Arie, goedgemutst zoals het een jarige betaamt, zei "Nou, dat kan". Het probleem leek uit de wereld. We zwegen even en Arie keek alsof hij dankbaar was voor het feit dat oplossingen soms zo voor de hand liggen. "Ja," zei ik "maar dan moet ik langs al die mannetjes". Ik deed voor hoe ik door de menigte zou moeten manoeuvreren.

Arie leek meteen intuïtief te weten wat ik bedoelde." Gewoon gaan!" zei hij, met een goedbedoelde schouderklop erbij. "Maar .." piepte ik nog. "Nee, gewoon gaan" zei hij " je moet maar zo denken: ‘er zit een stukje in, je kunt er een column over schrijven!"

Daar had hij gelijk in, dat kunt u lezen.

Het ongemak was daarmee niet verdwenen, maar had wel wat meer zin gekregen.
Toen ik terug was, proosten we op columns, stukjes  en schrijven in het algemeen.

En daarmee rond ik mijn 1000e stukje af voor waarachtig.com
Zo lang er in kleine dingen stukjes zitten, ben ik niet uitgeschreven.

 

C. | Dinsdag 02 Februari 2010 at 3:58 pm | | Default | Twee reacties